Veelgestelde vragen

INHOUD OPLEIDING

1. Hoe ziet een terugkomdag er uit?
Terugkerende onderdelen van de terugkomdag (9.30-16.30 uur) zijn:

  • uitwisselen van ervaringen in de aiosgroep
  • consultbespreking in de aiosgroep
  • vormgeving leerproces in de mentorgroep
  • medisch inhoudelijk programma

2. Wat wordt er gedaan aan wetenschappelijke vorming in het curriculum?
Wetenschappelijke vorming (Evidence Based Medicine) loopt als een rode draad door het curriculum heen. De doelen zijn om de AIOS te leren: wetenschappelijk te denken; vakliteratuur kritisch te beoordelen; een literatuurstudie te verrichten; gegevens uit wetenschappelijk onderzoek toe te passen in de praktijk en voor de eigen deskundigheidsbevordering.
Het programma bestaat uit:

  • introductieprogramma waarin basisprincipes EBM aan de orde komen én literatuur zoeken in PubMed (jaar 1)
  • 6 EBM sessies: kritische beschouwing van artikelen over diverse typen onderzoek (jaar 1)
  • bijwonen wetenschapsdag (referaten 3e jaars)
  • referaat maken a.d.h.v. een probleem uit spreekkamer met kleine groep
  • referaat op de wetenschapsdag in het 3e jaar

3. Wat wordt gedaan aan managementonderwijs?
Managementonderwijs loopt net als wetenschappelijke vorming als een rode draad door het curriculum. In deze lijn staat leiderschap centraal, onderverdeeld naar leiderschap t.a.v.: ontwikkelingen in de huisartsgeneeskunde; de praktijkaansturing (medewerkers); patiënten.
Gedurende de drie jaren vindt verdieping in deze onderwerpen plaats en wordt aan de hand van een aantal praktijkopdrachten toegewerkt naar de "gedroomde" eigen praktijk.

4. Kan ik onderzoek doen en naar welke onderwerpen?
Alle huisartsgeneeskundige relevante vormen van onderzoek voor promotie komen in aanmerking. Voor relevante onderzoeken die in Maastricht of landelijk uitgevoerd zijn of momenteel lopen zie www.aiotho.nl.

5. Is er voldoende aandacht voor klinische vakken?
Ja, hierin voorziet de verplichte klinische stage van 6 maanden. Dit is het acute blok, wat meestal is georganiseerd op een SEH. Deze stage start met een intensieve landelijke trainingsperiode (de Startclass) van twee weken, waarin veel vaardigheden aan bod komen. Tijdens de klinische stage breng je deze in de praktijk en een stuk kleine chirurgie wordt bij de opleider in jaar 1 en jaar 3 in de praktijk gebracht (en geoefend).

6. Kan ik zelf het onderwijs vormgeven?
In het 3e jaar heb je de mogelijkheid om gedurende 14 dagdelen een zelfgekozen en georganiseerd keuzetraject te volgen i.p.v. de reguliere terugkomdagen op basis van een vooraf goed te keuren plan. Tijdens deze periode vindt het stagedeel plaats in de huisartspraktijk. Daarnaast bestaat een deel van het jaar 3 programma uit Capita Selecta, waarin belangrijke onderwerpen die door de groep gekozen zijn worden behandeld. Ten slotte wordt bij veel programma’s eigen inbreng verwacht, waardoor sturing van de inhoud mogelijk is.

7. Hoeveel van de opleiding kan ik in het buitenland doen?
In het 1e en 3e jaar is dat niet mogelijk. In het 2e jaar hebben we 2 stageplaatsen in hospices in Engeland. Die stage duurt 6 weken. De HVRC, de SBOH en het hoofd moeten hiervoor toestemming geven want je mist de reguliere terugkomdagen. Er zijn verder bijna geen mogelijkheden om zelfstandig te werken als arts, t.g.v. de nationale regelgeving. Erkende plaatsen in het buitenland zijn bekend bij de HVRC. In de opleiding wordt wel aandacht besteed aan huisartsenzorg in het buitenland. Er zijn uitwisselingen met Zweedse, Belgische en Duitse AIOS. Er wordt door docenten ook over de grens gekeken naar onderwijssystemen in andere landen (uitwisseling met Italië, Engeland en Denemarken).

^ terug naar boven

VOORERVARING EN VRIJSTELLINGEN (zie ook regels)

1. Moet ik voor de start van de opleiding klinische ervaring hebben?
Nee, want er wordt ook in voorzien tijdens de opleiding (startclass, acute blok 6 maanden). Veel kandidaten stromen in zonder ervaring. Sommige kandidaten wordt tijdens de selectie geadviseerd om wél ervaring op te doen. Dat heeft dan met levenservaring te maken en het maken van een juiste keuze.

2. Moet ik werkervaring t.b.v. vrijstellingen opdoen bij een erkende opleidingsplaats?
Ja, erkend door de HVRC (030-2823358) of door het MSRC (specialistenregister).

3. Met welke ervaring bouw ik vrijstelling op?
De voorervaring moet niet langer dan 5 jaar geleden beëindigd zijn. De HVRC besluit of vrijstelling toegekend wordt. Vrijstelling kan verkregen worden door voorervaring:

  • voor een deel van de klinische stage: Interne geneeskunde; Heelkunde; Kindergeneeskunde; Verloskunde en gynaecologie of SEH (minimaal 6 maanden)
  • voor de gehele klinische stage: minimaal 6 maanden SEH .
  • voor de stage chronische ziekten of complexe problematiek: Klinische geriatrie; Verpleeghuisgeneeskunde; Medische zorg voor verstandelijk gehandicapten.
  • voor de stage psychiatrische ziekten en psychosociale problematiek door voorervaring in het specialisme psychiatrie

Daarbij zijn er nog enkele opleidingen waarmee je vrijstelling kan verkrijgen: deels huisartsopleiding gevolgd, opleiding tot verpleeghuisarts of arts voor verstandelijk gehandicapten, erkend specialistenopleiding, tropische geneeskunde.

4. Welke stages zijn relevant als voorbereiding voor de huisartsopleiding?
Als je nog twijfelt tussen de huisartsopleiding of een ander specialisme dan biedt een huisartsgeneeskundige stage veel duidelijkheid. Mocht je er wel al zeker van zijn dat je de huisartsopleiding wil doen dan kan je leerervaring opdoen bij verstandelijk gehandicapten of een verpleeghuis, of een stage waarin je je later huisartsgeneeskundig wilt specialiseren zoals interne, klinische geriatrie, pediatrie, dermatologie etc. Uiteindelijk zal je bij de sollicitatie voor de huisartsopleiding wel moeten kunnen aangeven waarom je een bepaalde stagekeuze gemaakt hebt.

^ terug naar boven

OPLEIDING IN BELGIË

1. Kan ik de opleiding doen in België en wat is het verschil met Maastricht?
Ja, maar de opbouw verschilt met die van Nederland. Het 7e jaar van de geneeskundeopleiding kan je al voor huisartsgeneeskunde kiezen (dit jaar levert echter geen vrijstelling op voor de huisartsopleiding in Nederland). Daarna volg je nog 2 jaar huisartsopleiding met reflectieve praktijkstages bij een praktijkopleider en loop je aanvullende stages bij andere hulpverleners. Voor meer informatie over het onderwijs klik hier.

^ terug naar boven

TOEKOMSTPERSPECTIEF HUISARTS

1. Is er behoefte aan meer huisartsen? Is er voldoende werk?
Ja, In 2025 is het aantal gewenste fte huisartsenzorg 9000 fte. Dit is een stijging van 24% t.o.v. 2011(7353 fte).
oorzaken:

  • veel huisartsen gaan de komende jaren met pensioen (de verwachting is ongeveer 30% tot 2018);
  • toename van parttime werken onder (jonge) huisartsen en toename van het aantal vrouwen in de beroepsgroep (mannen werken gemiddeld 0,82 fte en vrouwen 0,55 fte);
  • toename van de zorgvraag gezien de toenemende vergrijzing van de bevolking.

Er zijn relatief veel waarnemers die vaak ook nog een praktijk zoeken. Zij zorgen voor de flexibiliteit van het systeem van de huisartsenzorg.

2. Wat verdien ik als huisarts?
In 2011 is het norminkomen bruto € 104.000,-. (de kosten voor praktijk en betaling personeel zijn hier al vanaf getrokken). Hier komt nog € 19.743,- voor ANW (300 uur x € 65,81) en rond de € 21.000,- voor Modernisering en innovatie.
Een Hidha verdient per 1 januari 2011 € 4.758,- tot € 6.157,- per maand bruto.
Het waarneemtarief is sinds 2011 vrij onderhandelbaar: praktijkhouder en waarnemer spreken onderling af welk bedrag hiervoor gehanteerd wordt. Zal rond de tussen de € 58,- en € 68,- liggen.

3. Hoeveel aios studeren er per jaar af?
De toename van het aantal huisartsen hangt nauw samen met de instroom die de overheid toestaat. De overheid wordt geadviseerd door het capaciteitsorgaan. De vraag naar huisartsenzorg groeit.

Om de zorgvraag adequaat te beantwoorden is vanaf 2012 een jaarlijkse instroom van 720 aios in de vervolgopleiding tot huisarts volgens het Capaciteitsorgaan noodzakelijk (was in 2000- 360 plaatsen; in 2007- 516 plaatsen). Voor 2012 zijn er in Maastricht 75 plaatsen. De uitstroom gaat momenteel richting de 60 aios per jaar.

4. Hoeveel huisartsen zijn er in Nederland?
Het aantal geregistreerde huisartsen heeft in 2010 de 11.000 overschreden. De groei van het aantal huisartsen ten opzichte van 2000 is 20%. Het aantal fte is gegroeid met 10%.

  2000 2010
Geregistreerde huisartsen - 11.121
zelfstandig gevestigde huisartsen 7.221 7.833
In loondienst als HIDHA’s 548 1.087
Zekere waarnemers 369 765

 
 
     
       
       

 


5. Welke soorten dienstverbanden zijn er voor huisartsen?

  • In loondienst als HIDHA (=huisarts in dienst van een huisarts)
  • Waarnemen als Zelfstandige Zonder Personeel of freelance.(zie o.a. prikbord kantine opleiding)
  • Solistenpraktijk, één huisarts met een of meerdere assistenten(ongeveer 20%)
  • In duo (29 %) of groepspraktijk (52%)

6. Mag ik mij bij het starten van een praktijk overal vestigen?
Ja. Er zijn plaatsen in het land waar vrije vestiging een serieus alternatief kan zijn voor praktijkovername. Hierbij zijn contacten met collega-huisartsen en verzekeraars in de regio zeer belangrijk. De zorgverzekeraar kan je een contract weigeren, als deze vindt dat het betreffende vestigingsgebied van voldoende huisartsen is voorzien. Je kunt dan wel je werk uitvoeren, maar je hebt dan geen aanspraak op alle vergoedingen die de zorgverzekeraar biedt.

7. Kan ik ook werken in het buitenland?
Ja, werken in de EU lidstaten is als geregistreerd huisarts goed mogelijk. Ook in de Nederlandse Antillen werken vaker Nederlandse huisartsen. M.n. in Engeland, Nieuw-Zeeland, Australië en Zweden is de vraag naar (Nederlandse) huisartsen groot. Er zijn speciale bureaus die bemiddelen bij tewerkstelling, reis en registraties.

8. Wat zijn de mogelijkheden voor werk in de regio en landelijk?
Onderzoek naar de geografische spreiding van huisartsen over het land laat op regionale schaal nog geen problemen zien. De opvolging van huisartsen in rurale gebieden kan op termijn wel moeizamer worden, met name voor de solo praktijken.
In de regio Zuid-Limburg is als gevolg van vergrijzing en de bevolkingskrimp vooral sprake van vervangingsvraag i.v.m. uitstroom van oudere huisartsen.
Landelijk is er veel behoefte, om meer in de 1e lijn af te handelen. Door vergrijzing en toename van het aantal chronisch zieken stijgt de co-morbiditeit. Hier is meer sprake van uitbreidingsvraag. Noord-Limburg volgt meer de landelijke tendens.

^ terug naar boven

INHOUD EN ORGANISATIE VAN HET VAK HUISARTS

1. Kan ik mij als huisarts verder specialiseren?
Jazeker, door meer samenwerking bv. in groepspraktijken en verschuiving van ziekenhuistaken naar de eerste lijn is specialiseren gewenst. Interessante opleidingen zijn o.a.
De 2-jarige kaderopleidingen.(kan evt. ook tijdens de opleiding gevolgd worden)

  • Beleid en beheer
  • Huisarts en sport
  • Diabetes
  • Geestelijke Gezondheidszorg
  • Hart en vaatziekten
  • Ouderengeneeskunde
  • Palliatieve zorg
  • Supervisor
  • Urogynaecology
  • Astma/COPD
  • Wetenschappelijk Onderzoek (sinds najaar 2011 in Maastricht)

Cursussen/trainingen

  • Huisartsonderzoeker
  • Oogheelkunde (wordt ook extra tijdens opleiding gegeven).
  • SCEN arts ( steun en consultatie bij euthanasie in Nederland
  • Verloskunde
  • Echografie
  • Reizigersadvisering
  • Erkend kwaliteitsconsulent
  • Jeugdgezondheidszorg met aantekening CB arts
  • Justitiële huisartsenzorg

Bij de opleiding zelf kunnen huisartsen opleider worden en er is in Maastricht een uitgebreid opleiderscurriculum.
Ook als huisartsbegeleider kun je werken bij de opleiding of in het basiscurriculum geneeskunde en je verder professionaliseren. Je geeft dan onderwijs en begeleidt aios of studenten en/of ontwikkelt onderwijs.

2. Moet ik als huisarts nascholing volgen?
Ja, 40 uur per jaar geaccrediteerde deskundigheidsbevordering inclusief 2 uur intercollegiale toetsing met minimaal 3 huisartsen en een erkend kwaliteitsconsulent.

3. Wat is de werkdruk?
De praktijkondersteuning en de gezamenlijke dienstenregeling zijn factoren die de werkdruk kunnen verminderen. Daarnaast is er een mogelijkheid om parttime te werken.
Sinds 2001 werken er praktijkondersteuners (POH) in de praktijken om de werkdruk van huisartsen te verminderen en de huisartsenzorg te versterken. Dit zijn verpleegkundigen met een speciale opleiding die medisch inhoudelijke zorg verlenen vooral aan patiënten met een chronische aandoening zoals Astma/COPD en Diabetes Mellitus of hartfalen.
Een normpraktijk heeft 2350 patiënten bij 1fte huisarts exclusief praktijkondersteuning.
In 1997 werd 1.7 fte ondersteunend personeel voor 1.0 fte huisarts als gewenst beschouwd. In 2010 is dat ongeveer 3.1 fte (praktijkassistente, praktijkondersteuning m.n. door ouderenzorg en GGZ, management).

In de meetweek van de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen onder ongeveer 50 huisartspraktijken blijkt de totale tijd voor patiëntenzorg en management gemiddeld 58,66 uur te zijn per week (teruggerekend naar de normpraktijk) exclusief ANW diensten.

Hiervan wordt 49,3 % besteed aan patiëntgebonden activiteiten en 20,7% aan management en beroepskwalificaties.

4. Wat is de invloed van het zorgstelsel op het vak?
Het zorgstelsel dat in 2006 is ingevoerd met als belangrijkste achtergrond marktwerking heeft invloed gehad op het werk van de huisartsen m.b.t:

  • Verbetering salarissen bij huisartsen
  • Het aanbieden van meer zorg in de praktijk, die tot dan vooral in de tweede lijn (ziekenhuizen, GGZ) werd geleverd. Voorbeelden hiervan zijn; kleine chirurgie, sterilisaties bij mannen, psychiatrische behandelingsprogramma’s, oogheelkunde, geriatrie, dermatologie en uitgebreide diagnostiek.
  • Het werken met gedegen praktijkplannen waardoor huisartsen nieuwe zorgprogramma’s ontwikkelen en aanbieden. Voorbeeld: begeleide zelfzorg trombose i.s.m. apotheek en trombosedienst. Zulke programma’s worden vaak in samenwerking met andere disciplines ontwikkeld en aangeboden. Zie voor praktijkvoorbeelden van innovatie www.lhv.nl.
  • Het sluiten van contracten met zorgverzekeraars die op prijs en kwaliteit zorg inkopen. De huisarts concurreert dan ook met andere aanbieders, bijvoorbeeld: privéklinieken die diabetische zorg bieden.
  • De zorg en dus ook de huisartsenzorg is transparanter en kwalitatief beter vergelijkbaar. Dit vergt veel aan administratie en ICT.
  • Huisartsen werken meer samen, zowel met elkaar als met andere disciplines. Bijna 80 % van de beroepsgroep heeft zich aangesloten bij een zorggroep. De huisartsen in de zorggroepen vormen met andere zorgverleners uit de eerste en tweede lijn zorgketens om in teamverband chronische aandoeningen te kunnen behandelen op protocollaire wijze. De huisarts treedt steeds meer als regisseur op bij ketenzorgtrajecten.
  • Door het in dienst nemen van verschillende ondersteunende disciplines (doktersassistenten, verpleegkundig specialisten), neemt de tijd die de huisarts, in zijn rol als manager, moet besteden aan overleg en coördinatie, toe. De optimale mix van competenties van alle ondersteuners in de huisartsenpraktijk verdient nog onderzoek (uit capaciteitsplan 2010).

5. Wat is de plaats van de huisarts in de huidige gezondheidszorg?
Momenteel wordt er gewerkt aan het actualiseren van de toekomstvisie huisartsenzorg door de NHG en de LHV. Uitgangspunten voor de huidige discussie zijn hoe de Nederlandse samenleving zich ontwikkelt tot 2022.

  • De bevolking groeit tot > 17 miljoen inwoners m.n. door immigratie en een hogere levensverwachting. Er zijn relatief meer ouderen (ongeveer 20 %) die ook ouder worden. Er zijn meer 65 plussers met chronische aandoeningen. Er is een toename te verwachten van patiënten met diabetes COPD, kanker, osteoporose, hartfalen en dementie.
  • Er is een groeiende kloof in levensverwachting tussen hoog- en laagopgeleiden.
  • Er zijn 2,4 miljoen inwoners van niet-westerse afkomst (die vaker de huisarts bezoeken vergeleken met autochtone Nederlanders).
  • Ieder huishouden zal toegang tot internet hebben (is in 2011 ongeveer 91%) en men beschikt gemakkelijker over steeds meer informatie over gezondheid en ziekte.

Voor de zorg betekent dit dat:

  • de zorgvraag toeneemt en samenwerking van groot belang is.
  • de vraag naar kwaliteit van zorg en transparantie blijft en afleggen van verantwoording over de zorgverlening meer tijd zal eisen.
  • in 2025 het aantal gewenste fte huisartsenzorg 9000 fte is. Dit is een stijging van 24% t.o.v. 2011 (7353 fte). Doordat nu ruim 70% van de huisartsen in opleiding vrouw is, die grotendeels parttime werken, zijn er veel huisartsen nodig.
  • door de grote hoeveelheid beschikbare informatie, hulp geven aan patiënten bij het maken van de goede keuze door een vaste vertrouwenspersoon en gids belangrijk is. Patiënten zullen graag betrokken worden bij het consult, behandelplan en willen meer directe toegang tot de huisarts en zullen meer klachten per consult willen bespreken.
  • in 2022 meer zorg in de buurt van de patiënt zal worden geboden en er een taakverschuiving van de tweede naar de eerste lijn zal optreden. Er zullen medisch inhoudelijke innovaties plaatsvinden (bv. meer diagnostische testen in de huisartspraktijken) en innovaties op het gebied van praktijkvoering en organisatie (bv teleconsulting).

Internationaal staat de huisartsgeneeskunde in Nederland in hoog aanzien. Samen met landen als Engeland, Australië, Nieuw-Zeeland en de Scandinavische landen is deze ver ontwikkeld. Onze NHG-standaarden met protocollen voor een groot aantal aandoeningen zijn wereldberoemd. “ De poortwachterfunctie van de huisarts is in Nederland zeer goed ontwikkeld en zorgt voor kostenreductie.

6. Is het werk van huisarts niet oppervlakkig t.o.v. een specialist.
Kenmerken voor de zorg van de huisarts en de zorg van de specialist zijn:

Huisarts Specialist
gezond, tenzij ziek, tenzij
longitudaal situatief
integraal somatisch
drempelloos via poortwachter?
vaak beleid “waiting” meestal “acting”
waarschijnlijkheden zekerheden
contextgericht orgaangericht

 

 
 


 

 

 

 

^ terug naar boven

FINANCIËN EN ARBEIDSVOORWAARDEN (zie ook SBOH.nl)

1. Hoeveel salaris krijg ik als aios?
Bruto bij fulltime werken per 1-1-2012:
1e jaar: €3060,-
2e jaar: €3066,-
3e jaar: €3182,-
Daarnaast vakantietoeslag 8% over bruto jaarsalaris en ORT en een kostenvergoeding.

De opleiding kost niets voor de aios. De inschrijving in het opleidingsregister kost €330,-. Dit wordt geheel door de SBOH betaald.

2. Is er kinderopvang/crèche?
Nee. Wel is er een vestiging van het MIK vlakbij de huisartsopleiding. Zie www.mik-online.nl voor informatie, ook over kinderopvangmogelijkheden.

^ terug naar boven

SOLLICITATIEPROCEDURE (Huisartsopleiding Nederland)

Veel gestelde vragen (bron: Huisartsopleiding Nederland)

^ terug naar boven

KOPPELINGSPROCEDURE (zie ook regels)

1. Kan de huisarts waar ik coschap loop mijn opleider worden?
Nee, we hebben een zorgvuldige koppelingsprocedure waar iedereen dezelfde keuzemogelijkheden heeft. Deze koppelingsprocedure bestaat uit een kennismakingsbijeenkomst met alle hao’s uit de groep en een aantal praktijkbezoeken. Maastricht scoort van de 8 opleidingen het meest positief m.b.t. het koppelen van de aios aan de stageplaatsen (Nivel onderzoek).

Niet iedereen kan opleider worden. Een huisarts moet bv. minstens 2 co-assistenten hebben begeleid en 2 jaar werkzaam zijn in de betreffende praktijk en 5 jaar werkzaam zijn in de huisartsgeneeskunde.

2. Zit ik in het 1e en 3e jaar bij dezelfde opleider?
Nee, als huisartsopleiding vinden wij het leerzamer dat aios bij verschillende hao’s en praktijkvormen ervaring opdoen.

 

^ terug naar boven