Krystle Penders

Titel project
De detectie van persoonlijkheidsstoornissen bij ouderen

Primaire begeleiders
Prof. dr. J. Metsemakers
Prof. dr. S. van Alphen
Dr. I. Duimel-Peeters

Inleiding
Ondanks dat ongeveer 1 op de 8 ouderen belast is met persoonlijkheidspathologie, wordt dit vaak niet herkend. Het gestandaardiseerd signaleren van persoonlijkheidspathologie bij ouderen is echter van essentieel belang. Enerzijds bevordert het de gerichte doorverwijzing vanuit de huisartspraktijk naar de GGZ. Anderzijds heeft de aanwezigheid van persoonlijkheidsstoornissen ook consequenties voor de (verdere) hulpverlening. Zo wordt de aanwezigheid van persoonlijkheidspathologie geassocieerd met specifieke en doorgaans gecompliceerde uitingen van symptomen en syndromen, die gedragsadvisering en behandelplanning beïnvloeden.

Hoewel de kans groot is dat de huisarts geconfronteerd wordt met oudere patiënten bij wie persoonlijkheidsproblematiek  een rol speelt, is er nog geen geschikt instrument voor handen die herkenning vergemakkelijkt. Bestaande persoonlijkheidsvragenlijsten zijn ontwikkeld voor volwassenen en zijn doorgaans niet zonder meer af te nemen bij ouderen. Door de lengte, het taalniveau en de lay-out vormen deze instrumenten een (te) grote belasting. Daarnaast zijn genoemde instrumenten niet genormeerd voor de oudere doelgroep en wordt er geen rekening gehouden met leeftijdspecifieke kenmerken. Zo zijn er aanwijzingen dat persoonlijkheidsstoornissen op latere leeftijd zich anders kunnen manifesteren dan bij jong(ere) volwassenen. Kortom het huidige instrumentarium is niet toegespitst op ouderen en is daarnaast weinig praktisch in de huisartspraktijk.

In dit kader wordt momenteel onderzoek gedaan naar psychometrische eigenschappen en klinische bruikbaarheid  van de  16-itemd tellende Gerontologische Persoonlijkheidsstoornissen Schaal (GPS; Van Alphen, 2006) in de huisartspraktijk.